Vanaf het moment dat de eerste munt geslagen is, is er getracht om deze na te maken en/of te vervalsen. Valsemunterij komt in talloze vormen voor. Op dit gedeelte website wordt een en ander toegelicht.
Men kan vervalsingen indelen in diverse groepen;

Zilver veranderd in koper.
Goud
veranderd in koper.

Naslag van lager gehalte goud.

Beide munten lijken echt, doch zijn vals!

Onduidelijk reliëf en putjes, ontstaan door de gietgal.
Duidelijke
naslag, te zien aan beeltenis.
Gegoten en bewerkt, te zien aan diverse onnauwkeurigheden.
In onderstaand overzicht wordt melding gemaakt, van welke munten met regelmaat vervalsingen worden aangetroffen;
- 5 cent 1853.
- 10 cent 1901, 1944 D, 1945 P.
- 25 cent 1896, 1898, 1901, 1901 Brede hals, 1945 P.
- Van vele jaren Willem I, II en III halve guldens zijn vervalsingen uit Indonesië bekend. Daarnaast 1898, 1904 en 1906.
- Van vele jaren Willem I, II en III guldens zijn vervalsingen uit Indonesië bekend. Daarnaast 1896, 1898, 1906, 1944 doorloper en 1945
- Van vele jaren Willem I, II en III rijskdaalders zijn vervalsingen uit Indonesië bekend. Daarnaast 1898, 1929, 1930, 1932 en 1938 grof haar en 1940.
- Van vele jaren 3 guldenstukken zijn vervalsingen bekend.
- Van bijna alle jaren gouden 5 guldenstukken zijn vervalsingen danwel naslagen bekend. Met name 1912 komt veelvoudig voor.
- Van veel gouden 10 guldenstukken zijn vervalsingen bekend. Deze zijn bij Willem I vaak gegoten. Bij Wilhelmina betreft het veelal naslagen.
- Van veel gouden dukaten zijn vervalsingen, de meeste zijn gegoten en/of van ander materiaal.
Tenslotte nog een aantal tips, om te voorkomen dat U mogelijk toch een vervalsing aankoopt;