Koningin Wilhelmina 1890 - 1940

Op 13 mei 1940 moest H.M. Koningin Wilhelmina Haar land verlaten daartoe gedwongen door de Duitse inval op 10 mei 1940. Zij begaf zich met de regering naar Londen om vandaar uit onze koloniën, die op dat tijdstip nog niet in oorlog waren met Japan, te kunnen blijven besturen en om beter maatregelen te kunnen treffen om, tezamen met de geallieerden bondgenoten, Nederland van de vreemde overheersing te bevrijden. Op 14 mei 1940 capituleerde Nederland na een moedige strijd o.a. aan de Grebbeberg, en na het bombardement van Rotterdam.
Munten tijdens de Duitse bezetting;
In het jaar 1940 zijn de rijksdaalder, de gulden, en het kwartje nog aangemunt volgens het oude type met het portret van de koningin. Zelfs in 1941 zijn er nog een kwartje en een dubbeltje van ditzelfde type geslagen, terwijl het 2,5 cent stuk in dit jaar voor het eerst sinds 1929 weer opnieuw geslagen is; het enige 2,5 cent stuk met het muntmeesterteken druiventros.
Maar weldra kwamen de maatregelen los. De Duitsers wilden alle herinneringen aan het koninklijk huis ook op de munten laten verdwijnen. Bij het deviezen besluit van 26 maart 1941 werd onder andere de handel in gouden munten zonder vergunning van de Nederlandse bank verboden.
De gouden munten moesten bij de Nederlandse bank ingeleverd worden tegen een waarde van Fl. 12,14 per gouden tientje. Er is voor een nominaal bedrag van ongeveer 9.529.385 Euro aan gouden tientjes en vijfjes ingeleverd. Hieruit blijkt dat uiteindelijk slechts ongeveer 6,5% ten gevolge van deze Duitse verordening ingeleverd is.
Voor numismatische verzamelingen werd in het algemeen vrijstelling verleend, behalve voor de Joodse bezittingen, die gewoon in beslag genomen werden. De waarde van het goud steeg echter met de dag. Eerst bedroeg het ongeveer het dubbele van de waarde van 1939/1940, maar weldra liep deze met sprongen omhoog zodat in 1944/1945 gouden tientjes voor ongeveer 114 a 136 Euro of hoger van eigenaar verwisselden, vaak in ruil voor levensmiddelen, waarvan de prijzen ook ongekende hoogten bereikten.
Op 18 december 1941 werd in de muntwet de uitgifte van een zinken stuiver voorzien en op 15 januari kwam het besluit waarin ook de invoering van een zinken 25,10, 2 1/2, en 1 cent werden toegekend. Nu kwamen dus de zinken munten in omloop. Deze dragen geen muntmeesterteken, alleen het muntteken van Utrecht; mercuriusstaf. De stempels zijn vervaardigd volgens de ontwerpen van de NSB-er Nico de Haas.


Daarbij werd bij besluit van 5 maart 1942 de nikkelen stuiver ingetrokken. Deze was tot maart 1942 inwisselbaar. Toen volgde bij besluit van 13 maart 1942 de intrekking van de bronzen cent. Zij konden tot 11 april 1942 worden ingewisseld. En tot slotte bij besluit van 27 augustus 1942 de intrekking van al het zilvergeld en het bronzen 2,5 cent stuk, met ingang van 5 september 1942.
Deze munten, alsmede de reeds eerder ingetrokken nikkelen stuiver en bronzen cent, konden toen nog t/m 19 september 1942 worden ingewisseld. Uit het bovenstaande blijkt dat de bronzen 0,5 cent niet officieel is ingetrokken. Toen nu al deze maatregelen genomen verscheen op 21 september 1942 een besluit van het departement der Financiën betreffende de inlevering van de buiten omloop gestelde munten. Hierin werd bepaald dat iedereen verplicht was de zilveren, nikkelen en bronzen munten diue buiten omloop gesteld waren, uiterlijk 5 oktober 1942 in te leveren tegen vergoeding van de nominale waarde. De straf voor het niet nakomen was een hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete ten hoogste duizend gulden en verbeurdverklaring van het geld.
Ingeleverd zijn;
Rijksdaalders 2,7 % van de in omloop zijnde exemplaren
Guldens 10 %
0,5 Guldens 6,5 %
25 Cents 3,2 %
10 Cents 5,25 %
5 Cents 7,3 %
2,5 Cents 17,5 %
1 Cent 9,8 %
Munten door de Nederlandse regering in Amerika geslagen;
De Nederlandse regering in Londen zag zich voor de taak geplaatst de financiële toestand van het Koninkrijk op peil te houden en plannen te maken voor een sanering van het geldwezen na de bevrijding. Daarom heeft de regering reeds in 1944 nieuwe zilveren guldens, kwartjes en dubbeltjes in de VS laten aanmunten.
Deze munten hebben hetzelfde type als de in 1940 alhier in omloop zijnde munten, hoewel er duidelijk stempelverschillen zijn. Het grote verschil zit natuurlijk in het munt- en muntmeesterteken, namelijk een P (Philadelphia) of S (San Francisco) of D (Denver) en de eikel. Hiervoor was een verandering in de muntwet noodzakelijk.
Bovendien verscheen nog in Londen een verordening, dat de zinken munten voorlopig ook na de bevrijding wettig betaalmiddel zouden blijven. De intrekking van het zilver en kopergeld door de Duitse bezetter is door de Nederlandse regering nooit erkend.
Muntslag na de Duitse bezetting;
Na de bevrijding op 5 mei 1945 was het ook op gebied van de muntcirculatie een verwarde toestand. Het lelijke zinken geld uit de bezettingstijd moest zo snel mogelijk vervangen worden.
Op 15 april 1948 werd de nieuwe muntwet afgekondigd. Hierin komen het gouden tien guldenstuk en 5 guldenstuk niet meer voor. Deze kunnen dus niet meer aangemunt worden. Het kwartje en het dubbeltje zullen voortaan van nikkel gemaakt worden; de stuiver en cent van muntbrons. De enige gouden munt, die in de wet gehandhaafd blijft, is de gouden dukaat.
De afmetingen van deze munten zijn wetenschappelijk gekozen. De onderlinge verschillen van de 25 en 10 cent en van de 5 en 1 cent zijn 4 mm; dit is het minimum verschil voor het gemakkelijk voelen en herkennen door blinden.
Koningin Wilhelmina deed afstand van de troon ten behoeve van Haar dochter Juliana. Koningin Wilhelmina overleed 23 november 1962 op het Loo te Apeldoorn.