[Terug naar vorige pagina]

Vragenlijst interpersoonlijk gedrag (VIG)

In deze vragenlijst beschrijft u hoe u zich opstelt in sociale relaties. Het invullen gaat het helderst wanneer u één bepaalde relatie van uzelf voor ogen hebt, bijvoorbeeld een bepaalde relatie op uw werk. Maak dus vooral een keuze hierin.

Lees de hierna volgende lijst van interpersoonlijke gedragsvormen door en vink het vakje aan dat voor het woord of zinnetje staat dat een goede typering geeft van uw opstelling in de gekozen relatie.

De zinnetjes staan in de derde persoon geformuleerd, want u kunt deze vragenlijst ook gebruiken om het persoonlijke gedrag van iemand anders te typeren.

Als u klaar bent met aanvinken van de woorden of zinnen die u goed typeren dan kunt u de resultaten opvragen door op de knop "Toon resultaat" te klikken onder aan de pagina. De getoonde resultaten kunnen desgewenst worden afgedrukt.

 1. kan opdrachten geven 33. kan fouten van anderen niet verdragen
 2. kan voor zichzelf zorgen 34. onafhankelijk
 3. hartelijk en met begrip 35. houdt van verantwoordelijkheid
 4. bewondert en immiteert anderen 36. heeft gebrek aan zelfvertrouwen
 5. is het met iedereen eens 37. laat anderen besluiten nemen
 6. schaamt zich voor zichzelf 38. vindt iedereen aardig
 7. erg bezorgd om bevestiging te krijgen 39. houdt ervan om verzorgd te worden
 8. geeft altijd advies 40. baast over anderen
 9. verbitterd 41. zachtmoedig
10. met een ruim hart en onbaatzuchtig 42. bescheiden
11. opschepperig 43. gehoorzaamt te bereidwillig
12. zakelijk 44. overbeschermend
13. kan streng zijn warneer dat nodig is 45. vaak onvriendelijk
14. koud en zonder gevoel 46. door anderen gerespecteerd
15. kan klagen wanneer dat nodig is 47. rebelleert tegen van alles
16. samenwerkingsgezind 48. gepikeerd, wanneer een ander de baas over hem speelt
17. klagerig 49. assertief en vertrouwend op zichzelf
18. kritisch op anderen 50. sarcastisch
19. kan gehoorzamen 51. verlegen
20. wreed en onhartelijk 52. egoïstisch
21. afhankelijk 53. sceptisch (twijfelzuchtig)
22. dictatoriaal 54. open en direct
23. dominerend 55. koppig
24. er sterk op uit om met anderen goed overweg te kunnen 56. te gemakkelijk te beïnvloeden door anderen
25. moedigt anderen aan 57. denkt slechts aan zichzelf
26. heeft er plezier in voor anderen te zorgen 58. te toegeeflijk aan anderen
27. vastberaden maar rechtvaardig 59. lichtgeraakt en makkelijk gekwetst
28. aan één stuk door vriendelijk 60. probeert ieder te troosten en te bemoedigen
29. mild ten aanzien van een fout 61. geeft gewoonlijk toe
30. goede leider 62. vol repect voor gezag
31. dankbaar 63. wil dat ieder hem sympathiek vindt
32. behulpzaam 64. zal ieder geloven

Bron: Onbekend
Door: Gert van Oel

[Terug naar vorige pagina]