Sint Jan (Foto: J.A.C. de Kroon)Stramproy Limburg

Naam: Sint Jan.
Adres: Molenweg 16, Stramproy.
Bouwjaar: 1804.
Type: Gesloten standerdmolen.
Eigenaar: gemeente Weert.
Vlucht: 24,7 m.
Inrichting: 1 koppel maalstenen.
Bedrijfsvaardigheid: draait regelmatig op vrijwillige basis.
Molenaar: M. Beeren.

Geschiedenis

De huidige standerdmolen St. Jan had tenminste één voorganger. Op 31 augustus 1571 gaven abdis Margaretha van Brederode en het kapittel van het Stift in Thorn hun windmolen staande voor het dorp Stramproy, in de heide aan de rivier de Siep met alle huizingen, landen en weiden in eeuwige erfpacht uit aan Cornelis Souts. In 1783 ontvingen de Gebr. Hendrik en Willem Veltmans toestemming van de abdis voor de bouw van een standaardmolen op Meulendael, een plaats, die iets zuidelijker en dichter bij de Belgische grens ligt dan de standplaats van de huidige windmolen. Voor de bouw van de windmolen op Meulendael zou de eerder genoemde molen zijn afgebroken.
In 1804 werd de standaardmolen naar zijn huidige standplaats dichter bij het dorp verplaatst. Hij was toen eigendom van Henricus of Hendrik Veltmans. Na zijn overlijden in 1812 vererfde de molen, die toen op het Molenbroekerveld stond, aan de Gebr. Willem en Jacob Veltmans, die ieder voor de helft eigenaar werden. Bij deling in 1856 kwam de molen met aanhorigheden voor de helft op naam van Catharina Veltmans, echtgenote van Job Hubert Smeyers, die molenaar op de molen was, en voor de andere helft op naam van de erfgenamen van Willem Veltmans. Bij deling in 1876 werd de molen toegewezen aan Cato Smeyers en de mede-erfgenamen van Willem Veltmans. Drie jaar later werd Smeyers voor 3/4 deel eigenaar mede-eigenaren voor 1/4 deel waren Jan Mathijs, Willem, Peter Jan en Christiaan Teeuwen, alsmede Jacobus Leyssen. Willem Teeuwen was landbouwer in Hunsel-Haler de overige Landbouwers in Stramproy.
In die jaren werd de molen gepacht door Jan Mathijs Ament, getrouwd met Maria Catharina van de Winkel, die in de jaren zeventig in Klimmen een windmolen liet bouwen. In 1898 werd de standaardmolen op verzoek van de toenmalige eigenaren of hun erfgenamen, openbaar verkocht. Eigenaar werd Jean Henricus Maes, mede-eigenaar werd Theodorus Maes, beiden bierbrouwer in Stramproy. In 1901 en 1902 werd bij de molen een magazijntje gebouwd. De molen werd toen verhuurd aan Hubert van de Winkel.
Bij boedelscheiding in 1924 werd de molen met aanhorigheden toegewezen aan Michiel Maes, gehuwd met Wilhelmina Maria Cornelia Snieders en brouwer in Stramproy.
De verplaatsing van de molen van Meulendael naar het Molenbroekveld in Torenroth of het dorp bleek later geen juiste keuze geweest. De windvang uit de meest voorkomende windrichtingen werd door het dorp en nieuwe dorpsbebouwing zeer gehinderd. In 1939 werden door de Weerter molenmaker Hub. Adriaens, stroomlijnwieken volgens het systeem Van Bussel aangebracht, hetgeen een aanzienlijke verbetering was. Tezelfdertijd werd het koppel 17-er blauwe Duitse stenen, dat op de eerste zolder tegen het stormeind lag, uitgebroken om meer bergruimte op de zolder te krijgen. In 1948 werd een elevator op de molen geplaatst, waarmee los gestort maalgoed van de eerste zolder naar het kaar boven de stenen op de tweede zolder werd getransporteerd. Bij langdurige windstilte maakte Van de Winkel vroeger gebruik van de moutmolen in brouwerij "de Kroon". Later kreeg hij de beschikking over een klein elektrisch hulpgemaal.
Omstreeks 1950 werd een kleine elektrische hamermolen in gebruik genomen. Op het einde van de jaren vijftig verliep het gemaal op de standaardmolen, voornamelijk als gevolg van een nieuw opgezet actief beleid van de Boerenbond. Er werd een overeenkomst met de plaatselijke afdeling gesloten en het maalbedrijf van Van de Winkel werd opgeheven. De familie Maes verkocht de windmolen in 1960 aan Mies of Machiel Antonius Vermeulen uit Weert. Vermeulen was aanvankelijk landbouwer, later molenaar in Weert. Op het einde van de jaren dertig bouwde hij aan de Maaseikerweg (Moesel) een motormaalderij.
De standaardmolen verviel in de loop der jaren. Vermeulen, die geen zakelijk belang in de molen had, liet het onderhoud achterwege. Uiteindelijk nam de gemeente Stramproy de molen in 1966 voor 8000 gulden over. Door de inzet van burgemeester C.E.J.M. van Berckel kon spoedig daarna een restauratieplan worden opgesteld. De uitvoering daarvan vond in de jaren 1968-1969 door de molenbouwfirma Gebr. Adriaens uit Weert plaats. Op 13 september 1969 werd de molen met een groots Limburgs molenfeest geopend.

De molen is fraai afgewerkt. De kap en het stormeind zijn met eikenhouten schaliën gedekt. Ook het wachthuisje op het bordes werd vernieuwd. Het oude pakhuis naast de molen werd later als museum voor boerderijgereedschappen en werktuigen ingericht. De laatste molenaar was Lei van de Winkel. Hij kreeg na de restauratie van de molen, in Limburg bekendheid als instructeur bij de opleiding van zogenaamde Vrijwillige Molenaars en door zijn hulp om windmolens in een maalvaardige staat te brengen. Hij deed dit werk met veel enthousiasme en een ongelooflijke veerkracht tot zijn 80ste levensjaar.
Van de Winkel overleed in 1985 op 85 jarige leeftijd, na een welbesteed molenaarsleven. Lei's vader werkte aanvankelijk enige jaren als knecht bij Ament, die zijn zwager was. Later huurde Hubert, een oudere broer van Lei, de molen van de familie Maes. Hubert overleed in 1918 aan de beruchte Spaanse griep. Daarna kwam Lei op de molen.
Langs de molen komt de "Jan en Annaroute" voor recreatieve fietsers.