|
JONGENSNAMEN
Aidan: klein vuur (Iers)
Bas: verkorting van Sebastianus, afgeleid van het Griekse sebastos “verheven, eerwaardig.” (Nederlands)
Boas: waarschijnlijk: “in hem is de kracht” of “snelheid.” (Hebreeuws)
Bryn: heuvel (Welsh, Keltisch)
Eskil: vaartuig van God (Scandinavisch)
Espen: variant op Esper (Scandinavisch)
Esper: variant van de naam Esbern die “goddelijke beer” betekent (Deens).
Ethan: standvastig (Hebreeuws)
Evan: vorm van John. Komt van Johannes “Jahweh is genadig” (Welsh)
Figo: Variant op Viggo: strijd (Fries van Germaanse oorsprong)
Finn: van fionn wat wit of blond betekent.
Ivar; beschermd door de God Ing. Scandinavische variant van Ingwar.
Iven: Jahweh is genadig. Scandinavische variant van Ivan (van Johannes)
Jack: verkorte vorm van Johannes (Jahweh is genadig) en niet van Jacob. (Engels)
Jake: variant van Jack of verkorting van Jacob; van onzeker betekenis. Aangenomen wordt “hij greep de hiel, hij verdong (zijn broer), bedrieger” (Engels)
James; afgeleid van Jacob; “hij greep de hiel, hij verdong (zijn broer), bedrieger” (Engels)
Jari: verkorting van Jeremias afkomstig van Jeremia met de waarschijnlijke betekenis “Jahweh sticht.” Of afkomstig van Jalmari, afgeleid van Adelmar, met als betekenis: edel en beroemd (Fins)
Jim: verkorting van James, afgeleid van Jacob; van onzeker betekenis. Aangenomen wordt “hij greep de hiel, hij verdong (zijn broer), bedrieger” (Engels)
Leif: van het Oud Noorse “leifr” afstammeling, erfgenaam
Ronan: kleine zeehond (Iers)
MEISJESNAMEN
Eden: prettige plaats (hebreeuws)
Elin: afkomstig van Helena een van oorsprong Griekse naam met als betekenis “fakkel” of “de stralende, de schitterende” (Scandinavisch)
Faja: riem, gordel (Spaans)
Fane: koosvorm van Stefan kroon (Roemeens, eigenlijk mannelijk)
Ise: verkorte vorm van oude Germaanse namen waarvan het eerste deel “ijs” betekent.
Isčn: ijzer (Germaans, eigenlijk mannelijk)
Isis: vorm van het Egyptische aset met de waarschijnlijke betekenis; de troon. In de Egyptische mythologie is zij de verpersoonlijking van de oerkracht van de natuur (Grieks).
Jaël: steenbok of stijgen (Hebreeuws)
Julin: vorm van Julian de eerste woelige baardharen (Baskisch, eigenlijk mannelijk)
Levi: zich aansluitend, aanhankelijkheid (Hebreeuws)
Mere: vorm van Maria: bitter (Maori)
Nere: van mij (Baskisch)
Neve: afleiding van Nevana – Nevin. Dit is weer afgeleid van het Ierse naomhaim, een verkleinvorm van noamh, dat heilig betekent. “De kleine heilige.” (Iers). Kan ook de Engelse vorm van Niamh (helder) zijn
Noa: rust, troost (van het Hebreeuwse Noach). Of vrij, vrijheid (Hawaiiaans)
Nove: negen (Italiaans)
Nuala: verkorte vorm van Finola “met witte schouders” (Iers)
Rane: koningin, puur (Noors)
Signe: overwinning (Scandinavisch)
Suve: maken, schenken (Hindi)
Zoe: leven (Grieks)
|