Fins

Aan de jongensnamen wordt nog gewerkt!

MEISJESNAMEN

Aamu: ochtend

Aino: de enige

Aliisa: vorm van Alicia; Alice; Adelheid: edel van aard, edel van afkomst

Alli: koosvorm van Adelheid: edel van aard, edel van afkomst

Anneli: koosvorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Anni: koosvorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Anniina: vorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Annikki: vorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Annukka: koosvorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Ansa: van ansio “deugd" of ansa "val"

Aune: vorm van Agnes: de zuivere, de kuise

Eerika: vorm van Erica: Erik: heerser van eer of heerser van de wet

Eeva: vorm van Eva: leven

Eleonoora: vorm van Eleanor 3 mogelijkheden: 1 – van het Griekse eleos: medelijden, 2- van het Germaanse ali: vreemd, buitenlands of 3 – van het Provencaalse al-a: groeien

Eliina: vorm van Hellen: fakkel, de brandende, stralende

Eliisa: verkorte vorm van Elisabet: god is bij wie ik zweer

Elina: vorm van Helen: fakkel, de brandende, stralende

Elli: koosvorm van Eleonoora 3 mogelijkheden: 1 – van het Griekse eleos: medelijden, 2- van het Germaanse ali: vreemd, buitenlands of 3 – van het Provencaalse al-a: groeien

Esteri: vorm van Esther: In het Hebreeuws is Esther synoniem voor Hadassa: mirthe. De Perzische betekenis is “ster”

Eveliina: vorm van Evelyn: koosvorm van Eva: leven

Fanni: koosvorm van Frances: vrouwelijke vorm van Franciscus: Fransman

Helka: vorm van Helga: geluk

Hellä: zacht, teder

Helmi: parel

Henna: vrouwelijke vorm van Henry: Hendrik: machtig door zijn thuis

Henriikka: vrouwelijke vorm van Henry: Hendrik: machtig door zijn thuis

Hilja: afgeleid van hiljaisuus "stilte"

Hillevi: vorm van Heilwig: afgeleid van de Germaanse elementen heil "veilig" en wig "oorlog"

Iida: vorm van Ida: zelfwerkzaamheid

Iines: vorm van Agnes: de zuivere, de kuise

Ilta: nacht

Impil: maagd

Inka: vorm van Inge: van Ingwio (bijnaam van Freyr, de god van de vruchtbaarheid)

Inkeri: vorm van Ingrid: schone volgelinge van Ingwio (bijnaam van Freyr, de god van de vruchtbaarheid)

Irja: vrouwelijke vorm van George: landbouwer

Jaana: vorm van Jane: Johannes: god is genadig

Jonna: verkorte vorm van Johanna: Johannes: god is genadig

Kaarina: vorm van Katherine: de altijd reine

Kai: waarschijnlijk afgeleid van het Oud Noorse kaða “hen, kip” *

Kaija: koosvorm van Katariina: Katharina: de altijd reine

Kaisa: koosvorm van Katherine: de altijd reine

Karoliina: vrouwelijke vorm van Carolus: Karel: kerel, man

Kata: verkorte vorm van Katariina: Katharina: de altijd reine

Katariina: vorm van Katherine: de altijd reine

Kati: verkorte vorm van Katariina: de altijd reine

Katri: verkorte vorm van Katariina: de altijd reine

Katriina: verkorte vorm van Katariina: de altijd reine

Kerttu: vorm van Gertrude: combinatie van ger “speer” en drude “tovenares” of trud “geliefd”

Kielo: lelietje der dalen

Kirsi: vorm van Christina: christen

Kirsti: vorm van Christina: christen

Kristiina: vorm van Christina: christen

Kukka: bloem

Kylli: verkorte vorm van Kyylikki: waarschijnlijk afgeleid van een oud woord dat “vrouw” betekend

Kyllikki: waarschijnlijk afgeleid van een oud woord dat “vrouw” betekend

Lahja: geschenk

Leena: verkorte vorm van Helena: fakkel, de brandende, stralende of Matleena  Magdalena: vrouw uit Magdala

Lempi: liefde

Liina: verkorte vorm van Karoliina: Caroline vrouwelijke vorm van Karel: kerel, man

Liisa / Liisi: verkorte vorm van Elisabet: god is bij wie ik zweer

Lotta: verkorte vorm van Charlotta: vorm van Karel: kerel, man

Loviisa: vrouwelijke vorm van Louis: Lodewijk: roemvolle strijder

Lyydia / Lyyti: vorm van Lydia: vrouw uit Lydië (een streek aan de westkust van Klein-Azië; het huidige Turkije)

Maaria: vorm van Maria: bitterheid

Maarika: koosvorm van Maaria: Maria: bitterheid

Maarit: vorm van Margaret: Margaretha: parel

Maija: vorm van Maria: bitterheid

Mari: Vorm van Maria: bitterheid

Maritta: vorm van Margaret: Margaretha: parel

Marja: vorm van Maria: bitterheid

Marjaana: vorm van Miriam: Maria: bitterheid

Marjatta: koosvorm van Marja: Maria: bitterheid

Marjo: vorm van Maria: bitterheid

Marjukka: koosvorm van Marja: Maria: bitterheid

Marjut: koosvorm van Marja: Maria: bitterheid

Marketta: vorm van Margaret Margaretha: parel

Martta: vorm van Martha: heerseres, meesteres

Matleena: vorm van Magdalene: Magdalena: vrouw uit Magdala

Miia: vorm van Mia: Maria: bitterheid

Minttu: munt

Mirja: vorm van Miriam: Maria: bitterheid

Mirjami: vorm van Miriam: Maria: bitterheid

Niina: koosvorm van Anna: god heeft mij begenadigd

Noora: vorm van Nora  Eleonora: 3 mogelijkheden: 1 – van het Griekse eleos: medelijden, 2- van het Germaanse ali: vreemd, buitenlands of 3 – van het Provencaalse al-a: groeien

Oili: vorm van Olga  Russische vorm van Helga: geluk

Orvokki: viooltje

Päivä: dag

Päivi: afgeleid van päivä "dag"

Pauliina: vorm van Paulina: Paulus: klein

Piia: vorm van Pia: vroom

Pilvi: wolk

Piritta: vorm van Bridget: Brigitta: de verhevene

Pirjo: vorm van Bridget: Brigitta: de verhevene

Pirkko: vorm van Bridget: Brigitta: de verhevene

Raakel: vorm van Rachel: schaap, ooi

Rauha: vrede

Riikka: verkorte vorm van Frederica: vredig en machtig

Riina: verkorte vorm van Katherine: de altijd reine

Riitta: verkorte vorm van Bridget: Brigitta: de verhevene

Ritva: berkentakje

Saara: vorm van Sarah: vorstin

Säde: lichtstraal

Salli: vorm van Sally: Sarah: vorstin

Sari: vorm van Sarah: vorstin

Satu: sprookje, fabel

Seija: afgeleid van seijas "rustig, sereen"

Siiri: verkorte vorm van Sigrid: schoon en zegevierend

Silja: vorm van Cecilia: uit het geslacht der Caeciliërs

Sini: blauw

Sinika: uitbreiding van van Sini: blauw

Sirpa: afgeleid van sirpale "klein stukje, fragment"

Sisko: zus(je)

Sisu: wilskracht *

Sohvi: vorm van Sophia: wijsheid

Soini: vrouwelijke vorm van Sven: jongeling, kerel

Stiina: verkorte vorm van Christina: christen

Suoma: afgeleid van Suomi "Finland"

Suvi: zomer

Sylvi: vorm van Silvia: woud

Tähti: ster

Taika: magie, toverspreuk

Taimi: jonge boom

Taina: verkorte vorm van Tatiana: vader

Tarja: vorm van Daria Darius: hij die het bezit beschermt

Taru: legende, mythe

Teija: vorm van Dorothea: Theodora: Theodorus: geschenk van god

Tiia: verkorte vorm van Dorothea: Theodora: Theodorus: geschenk van god

Tiina: verkorte vorm van Kristiina: Christina: christen

Tilda: verkorte vorm van Matilda: machtige strijdster

Toini: vorm van Antonia Antonius: mogelijk van het Latijnse anthos “bloem” maar waarschijnlijker van een onbekend Etruskisch woord

Tuija: ceder

Tuula / Tuuli: wind

Tuulikki: kleine wind

Tyyne: afgeleid van tyyni "rustig, sereen"

Vanamo: bloem

Varpu: afgeleid van de naam van een soort bessenstruik

Veera: vorm van Vera: geloof

Venla: vrouwelijke vorm van Wendel: vandaal

Vieno: zachtaardig *

Viivi: vorm van Vivian: de levendige

Vuokko: anemoon

Designed by Irish, last update 15-06-05