Sanskriet

JONGENSNAMEN

Adri: steen, rots

Aftab: de zon

Agni: vuur

Amrit: nectar

Anand: vrolijk, blij

Arun: zon

Ashok: zonder spijt

Ashwin: betekenis onbekend

Atman: zelf

Avatar: neerdalen

Bharani: betekenis onbekend

Bharat:naam van een heilige

Bhaskar: zon

Brahma: geboren in de hoogste klassen

Chan: schitterend

Chander: maan

Darshan: betekenis onbekend

Dev: goddelijk

Farhad: geluk

Ganesh: god van de dwergen

Girish: heer van de bergen

Hansh: betekenis onbekend

Hanuman: aap

Hari: goud; leeuw; andere naam voor Vishnu.

Haroon: hoop

Hastin: olifant

Hemendu: gouden maan

Imran: sterk

Inay: betekenis onbekend

India: rivier (unisex)

Inder, Indra: hoogste God

Indira: schitterend, weelderig (unisex)

Iswara: persoonlijke God

Jai, Jay: overwinnend, zegevierend

Jalil: betekenis onbekend

Kabir: betekenis onbekend

Kala: god van de tijd

Kalkin: wit paard

Kamal: lotus

Kannan, Kannen: vorm van Krishna.

Kapil: van Kapila-Vastu

Kareem: aardig

Karthik: betekenis onbekend

Kesin: langahrige bedelaar

Kintan, Kiritan: koninklijk

Kiran: lichtstraal

Kistna: betekenis onbekend

Lal: geliefd

Loknoth: betekenis onbekend

Mahadeva: hoge god

Manu: heerser van de aarde

Markandeya: naam van een Sage

Marut: god van de storm

Matsya: vis

Mohan: verrukkelijk

Murali: betekenis onbekend

Nadir: siertorentje

Nandin: betekenis onbekend

Narain: zoon van de oermens, toevlucht der mensen

Naraka: hel

Narayan: bewegend water

Naresh: koning

Natesha: god van de dans

Nirad: wolk

Onkar: betekenis onbekend

Pavan: bries

Pran: leven

Prem: liefde

Priyam: geliefd

Purdy: kluizenaar

Raj, Raja, Rajah, Rajan: koning; regel

Rakesh: maan

Ram, Rama, Ramos: innemend, behagend

Ravi(ndra): zon

Rohan: stijgend

Roshan: schijnend licht

Saeed: priesterlijk

Salmalin: klauw

Sanat: zeer oud

Sarad: geboren in de herfst

Satish: overwinnend

Srinath: betekenis onbekend

Suhail: glans van de maan

Surya: god van de zon

Taj: kroon

Timin: betekenis onbekend

Vadin: spreker

Valin: betekenis onbekend

Varun: oneindig

Vasuki: andere naam  voor Ananta

Vijay: overwinning

Vishnu: beschermer van de wereld

Yama: god van de doden

Yogi: van de Yoga-leer

MEISJESNAMEN

Abha: pracht, schittering, glans, stralende schoonheid

Adhira: bliksem

Aditi: vrij

Ahisma: niet geweldadig

Aishani: de godin Doerga

Ajaya: onoverwinnelijk

Ajaywaa: onoverwinnelijk

Alka: lang haar

Amala: puur

Ambar: lucht

Ambika: godin van de maan

Amisha: puur, zuiver

Amita: oneindig, onbegrensd

Amriha: als de nectar van de goden, onsterfelijk, met het eeuwige leven.

Amritkaur: prinses van de nectar

Anahita: gracieus

Anala: vurig

Ananda: geluk

Ananta: naam van een slang

Angarika: vlam van het woud

Anila: betekenis onbekend

Anjali: offerande gebracht met beide handen, vereniging, eerbetoon, het eerbiedig samenbrengen

van de handen.

Anjana: grijs, oogcosmetica

Anjani: oogcosmetica

Anju: zij die in het hart is, zegeningen

Anjuli: vereerd, gezegend

Annakumari: dochter van Anna, dochter van het graan

Anshula: zonnig

Anupa: uniek, onvergelijkbaar, overvloedig water

Anuradha: zij die geluk brengt

Aradhana: aanbidding, verering

Arja: zuiver, puur

Arpana: toegewijd

Aruna: rood als de dageraad, hartstochtelijk, stralend, dageraad

Aruni: dageraad

Asalah: zuiverheid

Asha: hoop

Ashna: een vriendin

Ashni: bliksemflits

Ashwini: welgesteld, snel bewegend

Avasa: onafhankelijk

Avatara: neerdalen

Ayesha: dochter van de profeet

Baka: kraanvogel

Bakula: betekenis onbekend

Basant: zo lieflijk als de lente

Bindia: het symbool dat door getrouwde hindoevrouwen op het voorhoofd wordt gedragen symbool voor het derde oog.

Bodhi: volmaakte kennis (de kennis waarmee men de staat van Boeddha bereikt)

Bela: jasmijn

Bharati: India

Candra: van de maan

Carma: lot

Chaitra: betekenis onbekend

Chanda: waardig, naam van de godin Devi.

Chandara, Chandria, Chaundra: van de maan

Chandra: waardig, deftig, vooraanstaand; vermaard, roemrijk; van de maan.

Changla: actief

Chitra: helder

Corona: aardig

Daru: dennenboom

Deepa: betekenis onbekend

Deva: goddelijk.

Devi: goddelijk

Devika: kleine godin

Dhana, Dhanna: rijk

Divya: goddelijk

Drisana: betekenis onbekend

Durga: ondoordringbaar

Ellama: betekenis onbekend

Esha: verlangen

Ganesa: uit Ganas

Gauri: goud

Geena: zilverachtig

Girisa: betekenis onbekend

Hanita: goddelijke sier

Hara: vorm van Shiva

Heera: diamant

Hema: gouden

Indi: Indiaan

India: rivier *

Indira: prachtig *

Jarita: een vogel

Jayne, Jaya: overwinning

Kala: zwart

Kali: energie; donkere godin

Kalinda, Kalindi, Kalynda: de zon

Kama: liefde

Kamala: lotus

Kantha: echtgenote

Kanya: maagd

Karka: krab

Karma: lot

Kashmir, Kazhmir: naam van een staat in India.

Kasi: uit Kasi

Kaveri: van de heilige rivier Kaveri

Kesava: met mooi haar

Keshi: vrouw met mooi haar

Kiran: straal

Kokila: koekoek

Kumuda: bloem

Lakini: betekenis inbekend

Lakshmi: vrouw van Vishnu

Lalasa: liefde

Lalita: plezierig, speels, mooi

Lanka: uit Lanka

Lata: een kruiper (plant, dier)

Latika: betekenis onbekend

Layla, Laylah: ‘s nachts geboren

Leela: spelen

Madhur: zacht

Mahesa: vrouw van Shiva

Makara: betekenis onbekend

Malati: kruipende plant met mooie bloemen

Malika: een guirlande

Malini: betekenis onbekend

Manda: onmisbaar

Mandara: uit Mandara

Matrika: goddelijke moeder

Maya: illusie

Meena: vis; kostbare blauwe steen. In de Hindu mythologie is het een naam van de vrouw van Shiva.

Mythili: betekenis onbekend

Nalini: lieflijk

Nandini: een koe

Narmada: brengt ons plezier

Naseen: koele bries

Natesa: danser

Neela: blauw

Neerja: lelie

Nikhita: aarde

Nisha: nacht

Nishkala: betekenis onbekend

Noor: licht

Noorjeha: licht van de wereld

Nusrat: hulp

Opal, Opalina, Opaline, Opel: edelsteen

Padma: lotusbloem

Pandita: vlijtig, ijverig, leergierig

Parvani: volle maan

Parveen: ster

Pavithra: betekenis onbekend

Pinga: taankleurig

Prabha: licht

Radha: een cowgirl

Rajni: nacht

Ramya: schoonheid

Rani, Ranee, Rania, Ran: koningin

Ratna: juweel

Rehka: goed

Rohana: sandelhout

Rohini: vrouw

Rupa: zilver

Saeeda: priesterlijk

Sandhya: schemerlicht

Sanjula: schoonheid

Sarisha: mondain

Savita: de zon

Seema: grens

Shanata: rustig, kalm

Shashi: maanlicht

Sita: godin van het land

Sitara: de ochtendster

Soma: maan

Star: een ster

Subha: schoonheid

Suhaila: glans van de maan

Supriyah: eliefd

Sur: mes

Suraiya: schoonheid

Tara: schittering; een van de namen van de vrouw van Shiva

Tira: pijl

Tirtha: fort

Trisha: dorst

Uma: helder

Upala: juweel

Usha: dageraad; In de mythologie, is Usha een prinses, de dochter van de hemel en de zus van de nacht.

Ushashi: ochtend

Vairocana: koning van de demonen

Varouna: oneindig

Vayu: vitale kracht

Veda: begrip; in de mythologie “De eeuwige wetten”

Vijaya: overwinning

Zareen: goud

Zarina: koningin

Zulekha: schoonheid

Designed by Irish, last update 15-06-05