Jimmy Haslip 1

Teamplayer Jimmy Haslip: "Wat kan ik doen om meer kleur toe te voegen?"

Hij was maar even in Nederland, twee weken toerde hij met de Michiel Borstlap Electric Band om hun tweede CD Liveline te promoten. Ondertussen maakte hij natuurlijk van de gelegenheid gebruik om zijn eigen –lang verwachte en vaak uitgestelde- solo CD onder de aandacht te brengen: Red Heat, een tribute aan zijn onlangs overleden vader. We spreken natuurlijk over Jimmy Haslip, al tweeëntwintig jaar bassist van Yellowjackets en sindsdien veelgevraagd sessie- en studiobassist. We troffen hem in een klein Nijmeegs café, spelend voor nog geen honderd mensen. De CD Red Heat is een soort muzikale autobiografie geworden. Een reis door Jimmy’s leven, waarbij hij zich heeft laten inspireren door zijn jeugd in New York, Amerika’s smeltkroes van culturen. Door de Porto Ricaanse achtergrond van zijn vader werd hem de Latin en salsa muziek thuis met de paplepel ingegoten. Zijn oudere broer bracht hem in contact met klassieke muziek en jazz en natuurlijk had de stad zo zijn invloed en ontwikkelde Jimmy langzamerhand belangstelling voor wereldmuziek:

"Ik kan me herinneren dat ik als twaalfjarig jongetje door mijn vader meegenomen werd naar de wereldtentoonstelling in New York. Dat was de eerste keer dat ik bijvoorbeeld een volledige band van bagpipes uit Schotland hoorde. Vijf minuten later hoorde ik een ‘fullblast’ steelband uit de Caraïbic. Dat heeft een diepe indruk op me gemaakt. Met Yellowjackets zijn we in 1987 voor de CD Four Corners in de wereldmuziek gedoken. Nu heb ik me met mijn solo CD Red Heat geconcentreerd op de Latin. Maar ik heb ook grote belangstelling voor Afrikaanse muziek –waar het allemaal vandaan komt- en ik denk dat ik daar een volgend project van maak. Maar goed, nu wil ik me eerst concentreren op de promotie van Red Heat, een CD waar ik veel waarde aan hecht omdat daar mijn roots in tot uitdrukking komen. Mijn vader wilde altijd al dat we met Yellowjackets een Latin CD zouden maken. Dat is er nooit van gekomen. Nu ben ik in staat geweest met de hulp van goede vrienden als Joe Vanelli, Steve Khan en Vince Mendoza dat statement te maken. De songs gaan over zaken als de straat waar mijn vader opgroeide en de plaatsen die hem dierbaar waren. Kort voor zijn dood heeft hij de eindmix nog kunnen horen. Dat was voor mij erg belangrijk. Ik ben een beter muzikant dan spreker of schrijver en dus was een CD voor mij de meest voor de hand liggende manier om hem en zijn invloed op mijn muzikale carrière te eren."

Als bassist heb je een bepaalde ontwikkeling doorgemaakt. Veel bassisten spelen nu vijf- of zessnarig. Jij speelt inmiddels zevensnarig. Waar komt die behoefte aan een zevende snaar opeens vandaan?

"Ik ben geen gefrustreerde gitarist of zo, als je dat bedoelt. Ik ben autodidact op de bas en speel dat instrument sinds mijn vijftiende. Maar het is eigenlijk ontstaan nadat Robben Ford bij Yellowjackets wegging. Toen hadden we opeens een kleine groep, zonder gitarist. Ik zie mezelf als teamplayer en ik dacht, wat kan ik doen om binnen deze kleine groep muzikaal gezien zoveel mogelijk kleur toe te voegen. Ik ben toen vijfsnarig gefret gaan spelen. Yamaha heeft speciaal voor mij en Nathan East een vijfsnarige bas gemaakt en lange tijd waren dat de twee enige op de markt. Na gebleken succes werd het een serieinstrument. Met die vijfde snaar kon ik heel aardig bepaalde partijen dubbelen met bijvoorbeeld de baspartij van de piano. En dat voegde weer iets toe aan de muziek. Daarna, mede onder invloed van Jaco Pastorius, heb ik me helemaal geconcentreerd op het fretless spelen en dat heb ik dan ook bijna tien jaar exclusief gedaan. Vanaf ongeveer 1998 ben ik overgestapt op zessnarig gefret, omdat ik toen geïnteresseerd raakte in het spelen van accoorden. Ook nu weer omdat er binnen Yellowjackets ruimte was om dit te doen. Die zevende snaar is gewoon weer een stapje verder, het vergroot de mogelijkheid om ‘het schilderij te schilderen’. Als je naar Red Heat luistert, denk je gitaar te horen, maar het is mijn bas. Mijn ontwikkeling als bassist is dus erg verweven met die van Yellowjackets als band en de emancipatie van de basgitaar in de moderne muziek vanaf de jaren zeventig. Voor studio- en sessiewerk speel ik echter nog regelmatig gewoon ouderwets viersnarig."

Je staat nu hier voor een voor jouw begrippen klein publiek in een achterafzaaltje te spelen. Hoe ben je hier terechtgekomen?

"Dat is ontstaan op initiatief van percussionist Jeroen de Rijk. Die had al gespeeld met o.a. Het Metropole Orkest & Yellowjackets. Via hem ben ik in 1998 benaderd voor het project Moondive van de VPRO, waarbij een achttal muzikanten van over de hele wereld vijf dagen bij elkaar in een repetitieruimte werden gezet om vervolgens de zesde dag samen op te treden in Paradiso. Die samenwerking verliep heel vruchtbaar en zodoende lag het voor de hand mee te doen aan het LiveLine project van de Michiel Borstlap Electric Band, waar Jeroen ook deel van uit maakt. Ik kende de meeste jongens natuurlijk ook al van Northsea. Het contact stamt dus al van eerder en gelukkig is mijn gezin ‘very supportive’ zodat ik nu twee weken met ze kan toeren. Het materiaal dat we spelen is nogal experimenteel met veel ruimte voor improvisatie. Een soort jaren zeventig jazz á la Bitches Brew en Miles at the Fillmore van Miles Davis. Ik ben hier niet om eigen materiaal te spelen. We spelen werk van de band, en daarin ben ik gewoon de bassist die zijn bijdragen levert."

Naast al je live en studiowerk ben je ook nog bezig met het schrijven van een basmethode?

"Ja, dat klopt. Ik heb al eerder meegewerkt aan publicaties zoals een basinstructie boek over Motown bassist James Jamerson Sr. en nu ben ik benaderd door Warner Publishing om een deel van de serie ‘Standards for Bass’ te schrijven. Het zal een harmoniestudie worden, op basis van jazz standards. Ik probeer aandacht te schenken aan een gebied waarvan ik denk dat veel bassisten het laten liggen omdat het zogenaamd niet bij hun instrument hoort. Ik bedoel dan het harmonisch begrip van een liedje en de melodie. Wil je als bassist een statement kunnen maken, moet je behalve aan de groove aandacht schenken aan zaken als melodie en frasering. Je hoeft niet veel te spelen. Het gaat vaak maar om vier noten, maar om een goed melodietje te krijgen is de frasering heel erg belangrijk. Ik speel nu zo’n vijfendertig jaar bas en beschik dus over veel ervaring en informatie die ik graag met mensen deel, als ze dat verder kan helpen."

Wat zijn je meest nabije toekomstplannen?

"Natuurlijk eerst eens wat tijd doorbrengen met mijn gezin, I’m a familyman! Verder zijn we aan het schrijven voor de nieuwe Yellowjackets CD die in 2001/2002 moet uitkomen. Ik doe een project met een Finse gitarist en een Braziliaanse Latinband en ik zou heel graag een CD maken met akoestische wereldmuziek. Daarvoor heb ik nu contact gelegd met mensen als o.a. Leonardo Amuedo en Jan Akkerman. Voorlopig verveel ik me niet want ik beschouw mezelf nog steeds als een student. Ik ben nog steeds op zoek naar inspiratie en nog altijd aan het leren. Ook vanavond…"

Jimmy's spullen:

"Ik speel en endorse MTD bassen, gemaakt door de bouwer Michael Tobias. Het werkpaard voor optredens is een Basic fretloze zessnaar. In de studio gebruik ik veel verschillende bassen: Yamaha TRB gefrette vijfsnaar, een BB 1200s achtsnaar, een Jim Tyler gefrette vijfsnaar, Tobias gefrette en fretloze vijf- en zessnaren. Een Moon gefrette viersnaar. Op de laatste Yellow Jackets CD Blue Hats en mijn solo CD Red Heat, gebruik ik de MTD fretloze zevensnaar voor de solo's en de melodie. De basispartijen zijn op een vijfsnarige Yamaha of MTD ingespeeld. Sommige stukken ook op een akoestische vijfsnarige Yamaha. Vanavond speel ik op een Keith Roscoe zessnarige bas. Ik gebruik verder voornamelijk Dean Markley Super Round medium light SR 2000 snaren. Dat is een soort standaard zessnarige set, die Will Lee ook gebruikt. Als zevende snaar voeg ik een .020 toe en heb dan een hoge F. Voor de live versterking bij Yellowjackets gebruik ik twee SWR SM-400 versterkers en twee SWR Goliath Junior kasten met elk 2x10 inch. Het stereobeeld krijg ik door een oud Ibanez C-3 chorus pedaal. In de studio ga ik meestal direct de tafel in via een DI doos. Bij voorkeur een Simonbox of iets met een buisje om de warme 'akoestische' bassound te krijgen. Bij sessie studiowerk speel ik op verzoek weleens in via een versterker. Dat is dan meestal een Redhead of Baby Blue combo van SWR."

Foto:© Karlijne Pietersma

  • www.jimmyhaslip.com