Oliver Riedel

Oliver Riedel, Rammstein: "Man tut was man kann"

Het is nog niet zo simpel één van de leden van Rammstein te spreken te krijgen, want de heren doen tijdens een tour uit principe geen interviews. Dankzij de mobiele telefoon èn het verschijnsel sms èn het overtreden van de verkeersregels lukte het dan toch net op tijd binnen te komen in het Gelredome, alwaar een bescheiden en vriendelijke jongeman in een golfuitmonstering uit de jaren 1920 op me wachtte: Oliver Riedel, bassist van het Duitse Rammstein. De stemming was enigszins bedrukt omdat Duitsland enige uren daarvoor de finale van het wereldkampioenschap voetbal had verloren. Maar het ijs was snel gebroken en het toegestane kwartier liep uit tot een prettig gesprek van een klein uur.

Rammstein is inmiddels een begrip. De band werd in 1993/94 opgericht door zes muzikanten uit Berlijn en Schwerin, de voormalige DDR. De groep maakte furore in Duitsland als cultband met heavy industrial metal met techno invloeden. Ook ontwikkelden ze een waanzinnige show met allerlei vuurwerk, special effects en pyrotechniek. Legendarisch werd hun openingsnummer 'Rammstein', waarin zanger Till Lindermann, gehuld in een asbestpak, een paar minuten brandend staat te zingen. Dat ging overigens een paar keer goed mis. Nadat zij in het voorprogramma van onder andere Clawfinger en The Ramones hadden gespeeld en na de release van hun eerste cd 'Herzeleid' volgde het internationale succes. De doorbraak kwam toen regisseur David Lynch twee songs voor de soundtrack van zijn film Lost Highway selecteerde. Vanaf 1997 tourde Rammstein over de hele wereld en haalden hun singles voortdurend de charts. In dat jaar verscheen ook de tweede cd 'Sehnsucht'. Naar aanleiding daarvan volgde in 1998 de eerste headliner tour in de Verenigde Staten en was de band tot 2000 bijna voortdurend onderweg, met als resultaat het verschijnen van het album 'Live aus Berlin', dat gepaard ging met een concertregistratie op video en cd-rom. In 2000 werd het vierde album 'Mutter' voorbereid en opgenomen. Met 'Mutter' maakte Rammstein in 2001 de opening naar een breder publiek. De monotone industriële technorock maakte enigszins plaats voor wat meer melodieuze songs en het is mijns inziens zonder meer het muzikaalste album tot nu toe. Ook in Nederland doet Rammstein het heel goed. Het afgelopen jaar was de Heineken Music Hall drie avonden uitverkocht, stonden ze op PinkPop en nauwelijks een maand later is het GelreDome met 32.000 bezoekers afgeladen vol. Rammstein is tevens vanaf het begin een enigszins omstreden band geweest. Hun show was altijd expliciet, provocatief en shockerend. En hoewel de band a-politiek is, hebben ze zich bijna voortdurend moeten verdedigen tegen veronderstelde links met het rechtsextremisme. Het gerucht dat de scholieren die in 1999 in Columbine/Denver hun halve school uitmoordden onder invloed stonden van de teksten van Rammstein deed hun imago bij de gevestigde orde ook geen goed. Voor mij past de muziek van Rammstein gewoon in de Duitse romantische traditie: Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Met veel Weltschmerz, van Wagner, via Kurt Weil langs Kraftwerk en Nina Hagen naar het jaar 2002. Het is wèl echt Duitse muziek, met pathos, grote gebaren, overdrijving èn een knipoog. Na een korte introductie kijkt Oliver me een beetje bevreemd aan.

Oliver: "Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom je mij wil interviewen, want ik ben helemaal geen virtuoze bassist. Ik speel niets gecompliceerds, zoals die andere bassisten. Gisteravond speelden we op Torhout in België en na ons speelden de Chilli Peppers. Wanneer ik dan naar Flea sta te kijken is het voor mij alsof wij twee verschillende instrumenten bespelen. Ik weet wel dat die onzekerheid over je spel waarschijnlijk helemaal niet productief is en dat je jezelf daarmee alleen maar tegenhoudt. Ik ben daarom ook nog steeds op zoek naar een goede basleraar in Berlijn, tot nu toe heb ik die niet gevonden, althans niet iemand die mij de dingen kan leren die ik belangrijk vind."

"Ik denk dat juíst dit soort ontboezemingen erg belangrijk zijn voor andere bassisten. Het zijn problemen waar het overgrote deel van de bassisten tegenaan loopt. En het is goed om eens van een bassist uit een wereldact te horen dat het voor hem niet anders is. Je bent zo goed als de band waarin je speelt. Die virtuozen, daar zijn er maar een paar van en die zijn nauwelijks representatief voor de gemiddelde bassist. Maar hoe ben je eigenlijk tot de bas gekomen?"

Oliver: "Als jongen heb ik klassiek gitaar leren spelen. Uiteindelijk vond ik dat toch een te solitair gebeuren. Daar zit je dan in je eentje thuis te friemelen. Ik wilde graag met een band op pad. Mijn vriend Richard (Kruspe, gitarist Rammstein), vroeg me om bas te komen spelen in een nieuwe band waarmee hij bezig was."

"Was dat de Inchtabokatables?"

Oliver: "Nee, daar heb ik maar heel even in gespeeld, dat was een soort industrial folkband. Dat was niks, alleen maar achtsten spelen. Ik wilde een dikke groove neerzetten en daar sloot het idee van Richard goed bij aan. Hij wilde een band met een soort monotone industrial-metal met techno-invloeden. Dat werd later Rammstein. Na 'die Wende' (de val van De Muur WH) kregen we veel succes als zogenaamde 'Ostband'.

"Het lijkt me voor een bassist geen eenvoudige opgave in Rammstein te spelen. De gitaren hebben al heel veel bottom en er zijn ook nog eens hele vette synthesizer sequences. Hoe komen de nummers en arrangementen eigenlijk tot stand?"

Oliver: "Ja, daar heb je gelijk in. Het is lastig een plaatsje te vinden. Onze gitaristen zijn nogal dominant. De baspartijen zijn daarom ondergeschikt. In principe speel ik gewoon de gitaarpartijen mee, maar dan het liefst nog sterk vereenvoudigd. Alleen de lage noten. Dat het daardoor misschien muzikaal technisch minder interessant wordt maakt mij niet uit. Het gaat om de kracht van het lied en de energie die je als band kunt overbrengen op het publiek. In de studio werkt het ook zo. Eerst worden de sequences opgenomen, daarna de drumpartijen, vervolgens de gitaren en pas daarna de bas. Een beetje de omgekeerde wereld dus. En als dat allemaal al opgenomen is moet ik nog maar eens kijken of er ruimte is voor een aparte baspartij. Dat is meestal niet het geval. Vandaar dat de gitaarpartijen gedubbeld worden en ik moet zeggen dat de songs daar ook veel eenduidiger en krachtiger van worden. Een uitzondering is een stuk als 'Seeman'. Dat is eigenlijk thuis op gitaar tot stand gekomen en vertaald naar bas. Wanneer ik thuis gitaar speel, dan is het vaak op die manier, niet technisch, maar een beetje speels of een sfeertje zoeken."

"Je speelt op bassen van Sandberg, een Duits merk. Hoe zit je verder in de spullen?"

Oliver: "Vroeger dacht ik altijd dat het wel fantastisch moest zijn zo'n endorsement. Dus dat wilde ik ook. Maar toen kwam ik er al snel achter dat er ook veel verplichtingen aan zitten waar ik helemaal geen zin in heb. Dat je bijvoorbeeld moet opdraven bij allerlei gelegenheden of met iedereen op de foto moet. Daar hou ik niet zo van. Ik hoorde die bassen van Sandberg via een vriend en dacht dat klinkt goed, maar ik wist niet dat het een Duits fabrikaat was. Uiteindelijk werd ik in contact gebracht met Holger van Sandberg en het klikte meteen goed. Ik speel vier- en vijfsnarig. Bij de viersnaar heb ik de E-snaar dan wel altijd teruggestemd naar D. Het gaat om een Classic S-1 Bolt-On en een vijfsnarige Custom. Het zijn gewoon standaard instrumenten, waar alleen wat knoppen zijn afgehaald. Die heb ik toch niet nodig. Hoe minder knoppen des te beter. Die deal met Sandberg is heel relaxed. Ik moet niets en mag bijna alles. Als versterker gebruik ik momenteel een Ampeg, geloof ik. Maar dat weet ik niet zeker. De techniek interesseert me eigenlijk helemaal niet. Heb ik nooit gehad. De bas gaat altijd direct de PA in, dus daar wordt de sound gemaakt. Dat krijg ik terug via een in-ear monitor. De basroadie komt dan altijd aan met nieuwe spullen die ik moet luisteren, maar het maakt me niets uit. Ik wil gewoon een beetje druk en onderkant voelen op het podium en dat is het. Wanneer je me vanavond een andere backline zou geven, zou ik het waarschijnlijk niet eens horen of merken. Ik ben trouwens voor een zo zacht mogelijk geluid op het podium. Daar wordt de sound beter van en meer controleerbaar. Dan kun je ook onder slechte omstandigheden goed spelen. Want daar gaat het om, goed spelen. Dat is je werk."

"Over werk gesproken, wanneer je een verhouding moet aangeven tussen show en muziek bij Rammstein, hoe valt die dan uit?"

Oliver: "Dat wisselt heel erg. Over het algemeen is het zo dat bij grote festivals en 'open-airs', de show en muziek natuurlijk heel erg samenvallen. Dat is één ding met een verhouding van laten we zeggen 50-50. Dan sta je toch voor een grote massa mensen je werk te doen en dat is nogal anoniem. Bij dat soort shows heb je niet telkens die inspiratie of drive. Vergelijk maar met wanneer je zelf naar je werk gaat, dat is ook niet altijd geweldig. In weken zoals deze waarin we in één week Roskilde, Torhout en deze in Arnhem doen is dat lastig. Soms spelen we nog wel in kleinere clubs, zonder alle pyrotechniek en dan komt het erg op het muziek maken aan. Dan hebben we geen vuurwerk, maar toch spatten de vonken er af. Dat is erg leuk om te doen. Toen ons optreden in Moskou eerder deze maand door de autoriteiten afgeblazen werd, hebben we toch nog in een kleine club gespeeld -we waren er toch- en dat was heel goed. De geluidsmensen kwamen naar ons toe met opmerkingen als: 'eindelijk kun je weer eens een gelaatsuitdrukking zien'. Bij dat soort optredens is de verhouding muziek-show dan misschien weer 80-20. Helaas is het spelen in kleine clubs voor ons al bijna niet meer mogelijk."

"Welke muziek stop je zelf in de cd speler en heb je als bassist nog voorbeelden?

Oliver: "Ik vind de band P.O.D. live erg goed, maar op de plaat niet. Korn is ok. Tja, wat vind ik goed? Zeg jij het maar."

"Nou bands als Clawfinger en Slipknot bijvoorbeeld."

Oliver: "Ja, die vind ik wel goed. En natuurlijk de Chilli Peppers. Flea is ook mijn favoriete bassist. De manier waarop hij funk kan spelen zonder dat dunne slappen. Gewoon die dikke ouderwetse funkgroove. Dat vind ik goed. Verder straalt die band een bepaald levensgevoel uit dat mij aanspreekt. Een bassist als Marcus Miller vind ik technisch heel goed. Die is heel virtuoos en zo, maar de sounds zijn niet mijn ding. Dat komt dan vooral ook door de bezetting waarin hij speelt met al die keyboards. Ik houd meer van gitaarmuziek."

"Hoe zit het met het levensgevoel en de uitstraling van Rammstein. Wat willen jullie nou precies uitdragen? Ik heb het idee dat daar nog steeds verwarring over bestaat."

Oliver: "Hoewel het publiek er al een beetje aan gewend is, heeft het toch nog steeds te maken met provocatie. Het was vooral de pseudo-intellectuele pers in Duitsland die moeilijk deed. Die had het dan vooral over 'Men zegt dat...' in plaats van 'Ik denk dat jullie …' Vul zelf maar in. We hebben altijd geprobeerd muziek te maken die zo eigen mogelijk was. Toen we begonnen waren er allerlei bands die de Amerikaanse voorbeelden kopieerden. Wij wilden ons eigen ding doen. En natuurlijk heeft het allemaal te maken met die speciale sfeer in Duitsland. Zonder de DDR en zonder de 'Wende' zou Rammstein er in deze vorm niet zijn. Momenteel vindt er in Duitsland een soort ontkenning van de geschiedenis plaats, alsof het Oosten er nooit geweest is. Kijk bijvoorbeeld naar die voetbalfinale van vandaag. Dan staat er in de krant dat het de eerste keer is dat Duitsland en Brazilië tegen elkaar spelen, terwijl de DDR en Brazilië allang eens tegen elkaar gevoetbald hebben. Dat was óók Duitsland. Of wanneer je in Berlijn ziet dat er heel veel geld is voor de nieuwbouw op de Potzdammerplatz, terwijl het voormalige Palast der Republik waar ook iets moois van te maken is, staat te verkrotten. Maar je moet het allemaal ook niet te zwaar maken. In feite is het simpel. Zes lui komen bij elkaar beginnen een band en doen hun best, waarbij iedereen zijn bijdrage levert."

"Goed, de toekomst dan, ik hoorde dat jullie van platenmaatschappij gaan wisselen en pas in 2005 weer gaan touren."

Oliver: "Nee hoor, ik weet niet waar je dat gehoord hebt, maar we zitten gewoon nog bij MotorMusic en hebben geen plannen voor een wissel. We hebben net zes maanden pauze gehad voordat we aan deze tour begonnen. PinkPop was ons eerste optreden weer. Dat deden we zonder repeteren. Dan sta je toch niet helemaal lekker te spelen en heb je weleens van 'euh, hoe ging dat nummer ook al weer'. Maar ik geloof niet dat het publiek daar iets van gemerkt heeft of tekort gekomen is. Voor ons was het weer even wennen. We maken nu deze tour af en gaan dan eind van dit jaar werken aan nieuw materiaal voor een nieuwe cd. Dat heeft een open einde. Dus het jaar 2005 is wat ons betreft niet aan de orde. We zien wel hoe het loopt…"

Dan moet Oliver zich klaarmaken voor de show en nemen we afscheid. Het optreden begint stipt om negen uur met een zware puls die als een hartslag door de PA pompt. Een paar minuten lang is alleen toetsenist Flake Lorenz te zien in zijn tandarts outfit en dan komt ineens zanger Till als een duvel uit een doos geschoten en opent de band ijzersterk met 'Mein Herz Brennt'. De anderhalf uur daarna wordt de uitzinnige massa getrakteerd op materiaal van alle cd's en een meer dan spectaculaire show. De band is heel goed op dreef en er wordt hecht samengespeeld. Na drie toegiften, sluiten ze enigszins verrassend af met het engelstalige nummer 'Stripped', een cover van een Depeche Mode song, die de band in 1998 opnam voor een tribute album. Wat mij betreft hadden ze één nummer eerder, na 'Ich Will' mogen stoppen, het absolute hoogtepunt van de avond.

Foto:© Karlijne Pietersma

     

contact

   

home

     

links