Rinus Gerritsen & Cesar Zuiderwijk

De ritmetandem: A Continuing Story...

Iedere bassist zal het beamen. Wanneer het niet klikt met de drummer, speel je zelf ook als een krant. Iedere drummer zal het bevestigen. Wanneer het niet klikt met de bassist, wordt het een avond in je eentje sleuren. Een goed op elkaar ingespeelde bassist en drummer zijn een genot voor alle betrokkenen. Zowel op het podium als in de zaal of op cd natuurlijk. Oftewel, het begint allemaal bij de basis. Zoals TM Stevens ooit zei: "Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen." Met wij bedoelde hij natuurlijk de ritmesectie oftewel in de volksmond de ritmetandem. Wat is dat dan, een ritmetandem? In ieder geval op zijn minst een bassist en een drummer die goed samen kunnen spelen. Wanneer je echter een willekeurige bassist of drummer vraagt waarom je met de ťťn wel kunt spelen en met de ander niet of veel minder, blijft het even stil. Vervolgens komt men vaak niet verder dan algemeenheden in de zin van: 'het klikt gewoon tussen ons' of platitudes als 'mijn installatie past ook in zijn busje' en 'hij vindt mijn zus wel leuk'. Blijkbaar is het moeilijk de ingredienten te noemen die een bassist en drummer tot ritmetandem maken. Tijd voor een nader onderzoek. Het is de bedoeling telkens een ritmetandem aan het woord te laten over deze materie.

In deze aflevering van de ritmetandem komen twee 'godfathers' van de Nederlandse rock aan het woord. Bassist Rinus Gerritsen en drummer Cesar Zuiderwijk spelen al ruim dertig jaar samen in Golden Earring. We treffen elkaar in de Arnhemse Rijnhal. Naar later blijkt staat de Earring die avond voor de honderdste keer in hun veertig jarig bestaan in Arnhem. Bij aankomst blijkt Cesar eten en Rinus net klaar met een soldeerkarweitje aan zijn backline: "Dat zul je altijd zien. De jongen die normaal het technisch onderhoud doet is er vanavond niet. En ik heb alles wel dubbel, maar ik speel toch het liefst op mijn vertrouwde spullen. Dat is net zoiets als een goed ingereden auto. Toch wel weer een lekker gevoel als je zelf je spullen nog kan repareren." Doordat Cesar pas later komt, bijten we de kop maar vast af met Rinus en krijgt het gesprek meer het karakter van een interview met Rinus, waarbij de samenwerking tussen bas en drums natuurlijk ook ter sprake komt.

"Je speelt nu ruim dertig jaar samen met Cesar. Dat zullen niet veel mensen jullie nadoen. Het lijkt wel een huwelijk."

Rinus: "Nou, dat valt wel mee. Ik deel met mijn vrouw meer dan met Cesar, hoewel ik met hem weer andere dingen deel. We maken samen muziek, maar lopen verder de deur niet bij elkaar plat. Naast de Earring doe ik ook niet veel in de muziek, ik loop geen sessies af of zo. Cesar wel, hij doet veel clinics en dat soort dingen. Ik studeer thuis nooit op de bas. Als ik componeer of arrangeer, doe ik dat op de piano. De bas vind ik echt een instrument dat je bespeelt met en voor mensen. In 2000 hadden we een sabbatical toen heb ik echt bijna een jaar geen bas aangeraakt. Ook tijdens onze zomerstops van drie maanden speel ik niet. Dan moet ik echt weer eelt kweken. We repeteren als band eigenlijk ook nooit. Alleen als er een nieuwe plaat komt, dan moet je wel dingen instuderen."

"Kun je elkaar nog verrassen wanneer je zolang samenspeelt?"

Rinus: "Oh ja hoor, elke week nog. Dat is misschien wel de reden waarom je het zolang kan uithouden. Ik ben blij als ik af en toe een fout maak. Dat houdt de sfeer een beetje los. Anders wordt het zo'n band als Toto. Daar is alles zo perfect altijd, dat een foutje ook onmiddellijk heel belangrijk wordt. Cesar en ik spelen eigenlijk iedere keer anders. We spreken nooit iets af. Het publiek hoort dat niet, dat komt toch voor een totaalgebeuren, de sfeer, de happening. Het is allemaal een kwestie van emotie. Het komt vanzelf. Als het klikt is het goed. Zoniet, proberen we iets anders. Die improvisatie hebben we ook in de studio. We spelen de tracks gewoon een keer of vier-vijf in tot het er leuk op staat. Iemand die in Amerika aanwezig was bij de opnames voor ons nieuwe album zei: "Ik snap er niks van, het is elke keer anders." Zo werken wij nu eenmaal. Het hangt ook een beetje af van de song. Bijvoorbeeld bij Radar Love. Die kenmerkende shuffle. Die is per toeval ontstaan, eigenlijk was het een gitaarlick. Die zijn we toen met bas en drums gaan spelen, zodat de gitaar de ruimte kreeg voor dat vraag en antwoord spelletje met de zang. Meestal ontstaat zo'n nummer gaandeweg, waarbij vier mensen hun bijdrage leveren. George speelt iets voor op akoestische gitaar. Ik bedenk daar dan een basrif bij. Ik probeer altijd een soort melodielijn te spelen, met kwinten en tertsen. Ik speel ook vaak octaven of in een bepaalde stemming. Zo heb ik altijd een bas in D gestemd. D gaat nog net. Een B of C stemming vind ik te laag voor een basgitaar. Dat is alleen nog maar een gevoel en geen toon meer. Daarom hou ik ook niet van een vijfsnarige bas. Nu heb ik altijd een bas in E en een bas in D. Per nummer beslis ik dan welke stemming de beste sound oplevert voor die song. Ik ben daar altijd wel mee bezig geweest, met geluid. Vandaar dat ik die dubbelnek bas heb gebouwd. Een combinatie van een shortscale Danelectro met die kenmerkende 'twang' en een longscale Fender met dat mooie laag. Verder speel ik nog op die rode bas, die oorspronkelijk door mijn vader is gebouwd in de jaren zestig. Ik heb hem later fretloos gemaakt omdat ik een grotere mensuur wilde en de fretafstand natuurlijk niet meer klopte. Mijn Moog Taurus pedalen zijn al een poos gemidificeerd. Sinds er samplers zijn met grote geheugens kan dat. Ik heb er alleen nog pure natuurlijke geluiden onder zitten zoals piano en Hammond. Die partijen heb ik thuis opgenomen en geknipt en ik speel ze dan live in real-time mee. Een beetje zoals de house-jongens dat doen, maar dan in een rock setting. Snaren, dat is ook zoiets. Vroeger waren er alleen maar flatwounds. Toen kwam Entwistle met zijn Rotosound roundwound snaren met die twang en dat ronkende geluid. Die moest iedereen natuurlijk hebben. Maar ja, na een aantal keren spelen waren ze dood. Je probeerde allerlei manieren uit om ze goed te houden. Op een gegeven moment kon je je permitteren elk optreden nieuwe te nemen, maar dat was het ook niet. Dan rammelden ze aan alle kanten. Het mooist klonken ze na drie of vier keer spelen. Tegenwoordig vind ik dat dode snaren ook goed kunnen klinken. Ze zijn wel dood, maar ook weer niet omdat jij er weer leven aan geeft."

"Over twang en Danelectro gesproken, heb je de onlangs overleden John Entwistle indertijd als een voorbeeld beschouwd?"

Rinus: "In het begin wel, door hem ben ik ook op Danelectro gaan spelen, maar later ging hij met van die enorme en ingewikkelde installaties spelen waardoor zijn geluid ťťn grote brei werd. Dat vond ik niet meer mooi. Overigens hou ik meer van een subtiele bassist, zoals Jack Bruce of die jongen van de Free. Het is altijd beter als je een verhaal kan vertellen met enkele noten. Ik waardeer bassisten die met toon en melodie een sound neerzetten voor een band, zoals ook Paul McCartney deed. Ik ben trouwens eerder een fan van gitaristen dan van bassisten. Ik zie een bas ook gewoon als een laag gestemde gitaar. Sinds we zijn ingehaakt op dat unplugged gebeuren speel ik ook contrabas. Dat moet je echt zien als een ander instrument. Eerst leek het me niks, maar ik ben echt van dat instrument gaan houden. Op de cd 'Naked Truth' speel ik driekwart van het akoestische repertoire op de contrabas. Je moet als muzikant altijd bereid zijn te leren, beter te worden. Ik vind dat ik, naarmate ik ouder word, des te beter ga spelen. Dat is het voordeel van muziek ten opzichte van bijvoorbeeld sport. Bij fietsen of hardlopen gaan toch de jaartjes meetellen en komen de gebreken. In de muziek wordt je alleen maar rijper en beter. Zo speel ik bijvoorbeeld pas sinds een jaar of tien met mijn vingers. Daarvoor altijd met plectrum. Mijn vingertechniek is wel weer bijzonder. Een soort fingerpickingstyle, zoals je dat ook wel bij gitaristen ziet, met duim en wijsvinger. Het maakt me niet uit of dat dan wel de officiŽle manier is. Bij techniek en theorie sta ik niet stil. Ik wil gewoon muziek horen. Wat heeft het voor zin om het zo te doen als duizend anderen voor je? Bovendien kom je vanuit een beperking soms tot nieuwe benaderingen of onconventionele ideeŽn. Robert-Jan Stips heeft een poosje toetsen gespeeld bij de Earring. Dat is iemand die het conservatorium niet als handicap heeft. Door hem ben ik wat aan solfŤge gaan doen. Dan zat ik tijdens het touren dat allemaal uit te zoeken om er achter te komen dat wat ik al die tijd al deed ook gewoon klopte."

"Nog even terug naar het eigenlijke thema van vanavond, de ritmetandem. Wat moeten we daar volgens jou onder verstaan?"

Rinus: "Dat vind ik moeilijk te definiŽren. Dat is heel persoonlijk, want het heeft alles te maken met emotie. Cesar en ik praten nooit over muziek. Alles is op gevoel en heel dynamisch. Cesar is iemand die echt leeft, kwaad kan worden en dat merk je aan zijn spel. Ongemerkt laat ik me dan ook opzwepen en ga ik anders spelen. Het heeft ook te maken met persoonlijkheden die bij elkaar passen. Ik noem dat maar de 'vibe'op het podium. Voor een bassist als ik, die er qua sound en partijen een beetje tussendoor fietst, is Cesar een ideale heavy drummer die aan de onderkant zit. Een beetje zoals Ginger Baker. Hij rolt, hij heeft een hele vette bassdrum en een sterke afterbeat. Onze eerste drummer Jaap Eggermont was als een anker, maar hij liep een beetje vast bij de improvisatie. De tweede drummer Siep Warner was heel frivool, een beetje zoals Mitch Mitchell bij Hendrix. Daarna kwam Cesar en dat klikte meteen, 'best of both worlds' zullen we maar zeggen. Maar eigenlijk kun je bij ons niet zozeer spreken van een ritmetandem omdat George een hele ritmische gitarist is. George, Cesar en ik dat smelt in elkaar en dat is dan de Earring sound."

Inmiddels heeft Cesar zich bij ons gevoegd en bevestigt dit verhaal:

Cesar: "Zo'n ritmetandem dat is voor iedereen iets anders. Toen ik bij de Earring kwam ging dat zo tekeer dat ik niet achter kon blijven. Het was heel fysiek. Tijdens de bassolo van Rinus ontstond een soort kettingreactie, een explosie. Gelukkig is het een kwestie van vier mensen die hetzelfde gevoel hebben. Op een gegeven moment gaat de adrenaline stromen en dan ga je jagen, je neemt de band mee. Het is niet zozeer iets van ons tweeŽn, maar van de hele band. Barry is nog wel eens een voorstander van vaste afspraken tussen bas en drums. (lachend) Hij kan zo'n bas en drums partij dan heel goed voordoen met zijn mond. Dan doen we dat bijvoorbeeld tijdens de soundcheck wel en tijdens het optreden niet. We zijn allebei heel percussief. Ik speel een nogal sterke beat en Rinus kan dan iets meer vrijheid nemen en er melodieus omheen spelen. De grootste kwaliteit van Rinus is dat ik als vrienden met hem kan samenspelen. Als dat na dertig jaar nog klikt, dan is me dat meer waard dan het spelen."

"En de irritaties?"

Rinus: "Ik kan niet echt dingen noemen. Wat je misschien als een zwak punt kan zien is dat Cesar niet helemaal strak is qua tempo. Het is inderdaad geen metronoom. Als we dan vroeger in de studio zaten voor zo'n 'over the top' produktie was dat weleens een punt. Maar nu denk ik bullshit, jagen is lekkerder dan vertragen. We zijn zo aan elkaar gewend dat we daar moeiteloos doorheen rollen. Het kan namelijk ook juist een sterk punt zijn. Zolang je je eigen stijl en uitstraling hebt is het voor elkaar. Er zijn altijd betere muzikanten dan jij, maar het stelt niks voor als je geen verhaal hebt. Soms denk ik tijdens een optreden weleens, ze horen helemaal niet wat ik allemaal doe. Daar zouden ze gek van worden."

Cesar: "Waar ik soms echt van baal, maar dan is het meer verbazing, is dat ik ga af tellen en dan is Rinus nog bezig met wat anders en dan denk ik hij hoort of ziet me niet en dan valt hij toch goed in. Ik snap er niets van. Het lijkt wel een soort zesde zintuig, hij kijkt nooit om maar we zijn altijd gelijk, ook met het afslaan van een nummer. Als het een keer niet zo is, dan is het gewild. En voor wat betreft die tempovastheid, ook dat is relatief. Ik speel misschien niet zo strak, maar wel levendig. Ik zag een keer een concert van The Police. Zij speelden bijna alles enorm up-tempo. Veel te snel. Maar er gingen wel duizenden mensen uit hun dak. Dat is wat ik bedoel met de adrenaline die gaat stromen. Het is net sex."

"Het is hier en daar al aan de orde geweest, maar hebben jullie voorbeelden van goede ritmetandems?"

Rinus: "Ja, ik zei al die jongens van The Free, Simon Kirke en Andy Fraser. Of Ginger Baker en Jack Bruce en de ritmesectie van Vanilla Fudge. Maar ik ben daar helemaal niet zo mee bezig. Vaak vind je iemand wel een te gekke drummer of bassist, maar dan weet je niet eens de naam van degene met wie die speelt. Dat zegt eigenlijk wel genoeg. Of je hoort een bassist en een drummer samen spelen, en dat is heel goed maar ook niet bijzonder. Zet er twee anderen neer en het klinkt net zo. Het heeft ook niet direct met virtuositeit te maken. Bijvoorbeeld zo iemand als Charly Watts is eigenlijk geen geweldige drummer. Maar wat hij doet is precies goed voor de band waarin hij speelt. Daar gaat het om."

Cesar: "In Nederland vind ik Michel van Schie en Hans Eijkenaar helemaal geweldig. Of wat verder weg een duo als Kim Plainfield en Lincoln Goines. Niet zo bekend, maar wel heel goed. Eigenlijk kun je zeggen dat iedere goede live band per definitie een goede ritmesectie heeft. Dat kan gewoon niet anders. Het heeft inderdaad niet altijd iets met virtuositeit te maken, maar misschien meer met originaliteit en uitstraling. Ik was een keer bij een optreden van Steve Gadd in Paradiso. Die man heeft al zoveel respect zonder dat hij gespeeld heeft. Iemand vroeg hem hoe hij het volhield om hele simpele partijen te spelen. Zijn antwoord was al even eenvoudig: 'you play nothing in front and nothing in the back'. Kijk, daar heb ik heel veel waardering voor."

Rinus: "Soms jammen we nog wel eens met The Clarks, een coverband uit den Haag, die ook een Earringset heeft. Dan blijkt dat wij al die oude Earring nummers inmiddels heel anders spelen, terwijl zij nog de originele versie van de plaat naspelen. Dat is wel leuk, dan geven wij ze echt een schop onder de kont, dat is heel energiek, dan gaat de tent plat."

Cesar: "Ja, wij zijn dan net boksers. Niet tegen elkaar, maar wel met dezelfde energie."

Ondertussen nadert het tijdstip waarop de show begint en Cesar vraagt nog even hoe die break in het tweede nummer nou precies valt. De heren trommelen samen op tafel. Tekenend voor de goede sfeer en verstandhouding is het wanneer Rinus lachend zegt: "Nou als je het niet kan onthouden dan zing je toch gewoon mee: 'enjemoederisnietthuis'. De laatste klap valt op 'thuis'."

We eindigen ons gesprek met verhalen over de opnames in Amerika voor het nieuwe album dat in januari moet uitkomen en het respect dat de heren nog steeds ontvangen in de States. Daaruit blijkt dat de Earring een 'claim to fame' heeft. Iets waarvan veel jonge muzikanten dromen: een plaat maken die na dertig jaar nog steeds op de radio is. En nog altijd een keer of drie per week op het podium of in het theater staan, waarbij de fans tegenwoordig zelfs uit Amerika hierheen komen om naar de band te luisteren in plaats van andersomÖ

Voor algemene informatie over de band kun je terecht op:

  • www.goldenearring.nl

    Wie geÔnteresseerd is in allerlei biografische en vooral technische informatie over Rinus, zijn installatie, zijn instrumenten, basstabs en meer moet beslist zijn website bezoeken:

  • www.golden-earring.nl/rinus

    Foto:© Karlijne Pietersma