Herman Deinum & Hans Lafaille

De ritmetandem: A Continuing Story...

Iedere bassist zal het beamen. Wanneer het niet klikt met de drummer, speel je zelf ook als een krant. Iedere drummer zal het bevestigen. Wanneer het niet klikt met de bassist, wordt het een avond in je eentje sleuren. Een goed op elkaar ingespeelde bassist en drummer zijn een genot voor alle betrokkenen. Zowel op het podium als in de zaal of op cd natuurlijk. Oftewel, het begint allemaal bij de basis. Zoals TM Stevens ooit zei: "Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen." Met wij bedoelde hij natuurlijk de ritmesectie oftewel in de volksmond de ritmetandem. Wat is dat dan, een ritmetandem? In ieder geval op zijn minst een bassist en een drummer die goed samen kunnen spelen. Wanneer je echter een willekeurige bassist of drummer vraagt waarom je met de één wel kunt spelen en met de ander niet of veel minder, blijft het even stil. Vervolgens komt men vaak niet verder dan algemeenheden in de zin van: 'het klikt gewoon tussen ons' of platitudes als 'mijn installatie past ook in zijn busje' en 'hij vindt mijn zus wel leuk'. Blijkbaar is het moeilijk de ingrediënten te noemen die een bassist en drummer tot ritmetandem maken. In deze aflevering van 'de ritmetandem' komen twee oude rotten aan het woord, misschien wel de langst spelende ritmetandem van Nederland: Hans Lafaille en Herman Deinum.

De gezamenlijke geschiedenis van Hans en Herman gaat ver terug. De samenwerking begon in 1967 bij Blues Dimension. Vanaf 1970 trad het tweetal aan bij de inmiddels legendarische Cuby and the Blizzards die net een grote hit hadden gescoord met Appleknockers Flophouse. Nadat The Blizzards in 1974 roemrucht ten onder gingen deden Lafaille en Deinum studio- en sessiewerk bij onder andere Rob Hoeke, Jan Akkerman en Kaz Lux en traden zij toe tot de groep van Cyril Havermans, de ex-bassist van Focus, met wie zij een -voor Nederlandse begrippen in die tijd- wereldplaat maakten. In 1976 werd Sweet'd Buster opgericht door saxofonist Bertus Borgers, Herman en Hans waren samen met Paul Smeenk op gitaar en Robert-Jan Stips op toetsen van de partij. Deze als supergroep gelanceerde band had tot 1980 in Nederland en Europa ongekend succes en zorgde er voor dat Lafaille en Deinum grote bekendheid kregen. Na drie platen hield Lafaille het echter voor gezien, en de heren kwamen elkaar pas weer tegen bij de Muskee Gang in 1982. Na twee jaar trad er echter verzadiging op en de tropenjaren begonnen hun tol te eisen. Deinum stopte ruim drie jaar met spelen en Lafaille hanteerde ondertussen de stokken bij Flavium. In 1991 bleek de motivatie bij Herman terug te keren en hij richtte de Herman Deinum Band op waarvan uiteraard Lafaille deel uitmaakte. Daarnaast deden de heren in de eerste helft van de jaren negentig ook veel sessiewerk bij bekende Nederlandse artiesten. In 1996 werd uiteindelijk Cuby & Blizzards heropgericht en sinds die tijd zijn Herman en Hans weer onafscheidelijk op het podium aan het werk.

"Jullie gezamenlijke geschiedenis moet al genoeg stof opleveren voor meer dan één boek, maar vóór Blues Dimension waren jullie toch ook al actief?"
Hans: "Ja, dat was in het begin van de jaren zestig toen de popmuziek in Nederland zijn intrede deed. Ik speelde bij het Holland Quintet, dat vreemd genoeg uit een man of zeven bestond. We speelden dansmuziek, waarbij we zeer tot ongenoegen van de zaalhouders, steeds meer soul en R&B in het repertoire stopten."
Herman: "Ik ben als gitarist begonnen bij The Rocking Specials, speelde orgel bij Gigs en sologitaar bij The Mozarts voordat ik bij Blues Dimension de bas van Jaap van Eik overnam."

"Hebben jullie nog een - al dan niet formele- opleiding genoten in de muziek?"
Hans: "Ik heb als jongen twee jaar klassiek les gehad en toen ik vijfendertig was ben ik als een van de eerste studenten begonnen aan de opleiding lichte muziek in Hilversum. Dat heb ik ook afgerond. Vandaar dat ik nu ook zelf les geef aan het conservatorium in Enschede."
Herman: "Nee, ik heb nooit een echte opleiding gevolgd, al komt mijn kennis van accoorden en harmoniën toch ook wel voor een gedeelte van mijn pianolessen op tienjarige leeftijd, al had ik daar een bloedhekel aan. En natuurlijk speelde ik gitaar. Dat hielp ook."

"Kunnen jullie elkaar na 37 jaar samenspel nog verrassen?"
Herman: "Oh ja, zeker. Ik kan me herinneren het laatste jaar van Sweet'd Buster met Pierre v.d. Linden te hebben gespeeld. Pierre is een werelddrummer, maar toch meer een solist. Daarna vond ik het toch wel weer heel fijn met Hans te spelen. Ik denk dat ik samen met Hans meer dienstbaar voor de band speel."
Hans: "Herman en ik zijn zo goed op elkaar ingespeeld dat veel dingen vanzelf gaan. Wanneer we bijvoorbeeld een 12/8 spelen en het tempo verdubbelen, of in de laatste chorussen syncopen gaan spelen. Dat voelen we gewoon aan. Het bijzondere is dat we binnen dat gegeven toch weer op zoek gaan naar de eigen uitdaging. In die zin kunnen we elkaar dus zeker nog verrassen. Het voordeel in deze band is natuurlijk dat de bluesmuziek heel vrij is en veel ruimte biedt voor een eigen uitstapje. In die zin is het dus elke keer weer anders. Wat bij Herman en mij heel goed werkt, en bij Sweet'd Buster als het ware gesublimeerd was, is dat we zelf materiaal geschreven en geproduceerd hebben. Tempi, ritmes, basslines, we bedachten het samen. Dan ontwikkel je een gemeenschappelijke taal. Dat is heel anders dan bestaand materiaal van een ander uitvoeren."

"Hans, je hebt ooit eens gezegd dat voor zowel beginners als gevorderden aparte repetities voor bas en drums een 'must' zijn. Kun je dat eens toelichten?"
Hans: "Nou, dat is niet zo ingewikkeld. Het belangrijkste is dat je niet afgeleid wordt door de andere instrumenten in de band. Er is geen ruis, waardoor je je heel goed kunt concentreren op de bas- en drumpartijen en het samenspel. Dan ga je pas dingen ontdekken."
Herman: "Je komt vooral achter de zwakke plekken in het spel en de partijen. Daar kun je dan heel gericht aan werken. Bovendien ben je dan vaak ook een beetje aan het jammen waardoor er hele leuke thema's kunnen ontstaan."
Hans: "Je luistert veel beter naar elkaar. Bij Sweet'd Buster heeft dat altijd heel goed gewerkt. Bijvoorbeeld, als de snare niet precies op de twee en de vier zit, dan klopt de bas niet meer. Daar moet je dan aan werken. Bovendien is het leuk om wanneer bepaalde nummers helemaal doorgearrangeerd zijn je vrijheid en ruimte te vinden."

"Waar voldoet de ideale ritmetandem aan?"
Herman: "Dat vind ik heel moeilijk om te zeggen. Dat is voor mij echt een gevoelskwestie. Het gaat om de benadering van een stuk, de basslines, de dynamiek. Daar moet je als drummer en bassist ongeveer hetzelfde over denken, maar het moet niet bedacht zijn. Het moet als vanzelf ontstaan."
Hans: "De band begint met de drummer. Die heeft de grootste invloed op het tempo, de sfeer en de dynamiek. De bassist geeft daar een melodische aanvulling op. Je moet dus de dingen aan de onderkant wel hetzelfde interpreteren. Vandaar dat die aparte repetities voor bas en drums zo belangrijk kunnen zijn."

"Herman, wat waardeer je bijzonder in Hans zijn spel?"
Herman: "Hans kan als geen ander een nummer dragen. Hij is heel ontvankelijk voor wat een ander vindt en doet toch zijn eigen ding zonder dat het elkaar in de weg zit."

"Zwakke kanten?"
Herman: "Zou ik zo niet weten, maar daar bel ik je nog over."

"En omgekeerd, wat is er zo goed aan Herman?
"Hans: "Herman heeft een drummers-oor. Hij luistert veel naar drummers en is heel ritmisch. Dat is voor een drummer heel prettig. Verder heeft Herman toch wel een klein solistisch trekje in zich. Dat komt omdat je het spelen voor jezelf natuurlijk ook leuk wilt houden. Tijdens zijn bassolo speelt hij op een zeker moment triolen. Maar dan keert hij de accenten telkens om, dus dan op de één, dan op de twee of op de drie. Hierdoor zou je al snel de één kwijt raken. Herman niet dus. Ik speel bijna nooit dezelfde fills. Dat vind ik saai. Met een slechte bassist werkt dat niet. Herman weet altijd de pulse van de één. Dat heeft te maken met muzikaliteit. Zwakke kant is dat de man altijd op tijd is. Daar wordt je gek van."

"Kan The Blues jullie na al die jaren nog bekoren?"
Herman: "Jazeker, ik kan er nog steeds mijn ei in kwijt. Het is toch elke avond weer anders. Het spelen vind ik helemaal okay. Wat me tegenstaat is het gereis, de files."
Hans: "Wat ik al eerder zei. Blues is een ideale muzieksoort voor de muzikant, met veel vrijheid. Het zijn geen kant en klare liedjes. Er wordt bij ons veel gesoleerd. Je bent als band altijd op zoek naar dat ultieme moment."

"Jullie carrière overziend, zou je toch zeggen dat Sweet'd Buster muzikaal gezien een uitstapje was."
Herman: "Ja, misschien lijkt dat zo. Maar het is de band die nog steeds het dichtst bij me staat. Dat kwam natuurlijk omdat we in die periode muzikaal zelf zo aan het groeien waren. Het was eigen werk. Ik kan er nog steeds heel goed naar luisteren."
Hans: "Dat klopt, maar we hebben nog wel meer dingen buiten de blues om gedaan. Chain of Fools bijvoorbeeld met Jimmy BellMartin. Dat was heel mooi. Of die plaat met Cyril. We hebben de mafste dingen gedaan: Alexander Curly!"

"Voor wie zouden jullie je bewondering niet onder stoelen of banken willen steken, of wat leggen jullie zelf gemiddeld op de draaitafel?"
Herman: "Marcus Miller. Die plaat M2 klopt aan alle kanten. Fantastisch. En natuurlijk luister ik veel naar oud spul. Cream, Winwood. Jack Bruce vind ik geweldig vanwege zijn melodische aanpak. Soms op of net over het randje, maar dat moet kunnen. Hij deugt. Verder Don Henley, Robbie Robertson, Danial Lanois en zeker Jeff Beck met Terry Bozio en Jan Hammer. Die platen heb ik allemaal grijs gedraaid en later door cd's vervangen. Stanley Clarke op Schooldays, ook zo'n klassieker. Mijn favoriete drummer is Simon Phillips. Ik zag hem laatst in Hellendoorn. Onwaarschijnlijk goed. Ik hoor ook wel veel nieuw werk, maar weet niet wie het zijn. Het valt me wel op dat er tegenwoordig behoorlijk goed gespeeld wordt. Dat was vroeger wel anders. Maar ja, we hadden ook geen spullen. Ik moest mijn eerste bassnaren nog uit een piano halen."
Hans: "Ik ben natuurlijk opgegroeid met jazz. Ik ben ook een Miller-fan. Die Tutuplaat van Miles Davis is helemaal te gek. Mijn absolute favoriet is Art Blakey. Daar luister ik al naar vanaf mijn 13e-14e jaar. De dingen die hij doet: niet te spelen! Tegenwoordig luister ik ook veel naar werk van Angie Stone, Erykah Bardu en Lauren Hill. Allemaal muziek met veel soul en groove."

"Wat gaat de toekomst brengen?"
Hans: "We zijn in 1996 met Cuby begonnen aan deze Tribute to John Lee Hooker theatertour. Oorspronkelijk zou dat voor een jaar zijn, maar we zijn nu al zeven jaar verder. Dus dat zal nog wel even doorgaan. Wel is het zo dat er nieuwe teksten zijn van Harry en ook Erwin Java heeft veel materiaal liggen. Dus het plan is om binnen een jaar een nieuw album te gaan maken, misschien een dvd. Ook komt er een dvd uit van onze tour in Afrika. Verder ga ik natuurlijk gewoon door met lesgeven in Enschede en heb ik nog De Zwolse Muziek Fabriek, een bont gezelschap van muzikanten uit Zwolle."
Herman: "Ik doe alleen de Blizzards en natuurlijk de snarenbar in mijn achtertuin. Ik hoop op mijn zestigste te kunnen stoppen om wat aandacht te kunnen besteden aan andere belangrijke dingen in mijn leven."

Na deze ontboezemingen is het tijd voor de heren het podium te beklimmen en twee sfeervolle sets af te leveren met nummers van John Lee Hooker, maar dan op de Cuby manier, afgewisseld met eigen werk en andere blues klassiekers. Muskee's vocale kwaliteiten hebben niet te lijden gehad onder de tand des tijds. Er is veel ruimte voor toetsenist Helmig van de Vegt en gitarist Erwin Java om te vlammen en de 'Zwolse' ritmetandem Deinum/Lafaille zet geroutineerd een hechte basis neer. Het geluid van Hans en Herman is als vanouds. Als je al kunt spreken van een handelsmerk in de muziek dan is dat hier zeker van toepassing. De karakteristieke groove van Lafaille op hihat en snare herken je uit duizenden en hetzelfde geldt voor de plectrum-Precision sound van Herman. Dienstbaar met af en toe een razendsnel uitstapje. Echtgenotes kwamen en gingen, maar deze ritmetandem is al 37 jaar onafscheidelijk. Ga luisteren en je weet waarom.

Herman speelt op een Ampeg SVT Pro-IV versterker, zonder effecten en gebruikt twee 4x10" luidsprekerkasten van Koch. Hij heeft een uitgebreide verzameling bassen en gitaren maar speelt het liefst op zijn zwarte Fender Precision Bass uit 1974, die onderhouden wordt door Dick Dijkman.

  • Herman Deinum

    Hans heeft een endorsement bij Pearl en speelt op een Master Custom set met 20" bassdrum, 12" hangende tom en 14" staande tom. De bekkens zijn van Zildjian en Sabian.

  • Hans Lafaille

    Foto:© Karlijne Pietersma Foto:© Karlijne Pietersma