Het dorp Beuningen  

Slot den Blanckenburg

In Beuningen staat een pover, twaalf meter hoog torentje. Het is het restant van wat ooit het uit een hoofd- en voorburcht bestaande kasteel van Beuningen is geweest. Het torentje is in baksteen opgetrokken. Het werd oorspronkelijk geflankeerd door ringmuren. In een beschrijving uit 1597 is sprake van dubbele grachten rond het kasteel. Verder noemde men het slot zelf en een voorburcht plus singels en boomgaarden. Met recht een bouwwerk van aanzien.

Vermoedelijk stond op het hof "Den Wildenberg" in de 12e en 13e eeuw de voorloper van het slot Blankenburg. Het was in het bezit van het ridderlijke geslacht Boninghe. Dat stierf vermoedelijk uit rond 1260. Waarschijnlijk werd in de 14e of vroege 15e eeuw op deze plaats het kasteel Blankenburg gebouwd. Tot zover de vermoedens. 

'Den Blanckenburgh' heeft in de geschiedenis van het Maas en Waalse land nooit een rol van bijzondere betekenis gespeeld Toch heeft het toebehoord aan zeer aanzienlijke families. In het jaar 1447 kocht jonkvrouwe Ot van Egmond het slot van Johan van Appeltern. Er is reden om aan te nemen dat dit slot te vereenzelvigen is met het 'adellijk hof in den kerspel Boningen' dat al in de 14e eeuw bewoond werd door de familie van Appeltern. In 1462 draagt Frederik van Egmond den Blankenburgh over aan de Nijmeegse schepen Gijsbert van Welderen. Vervolgens gaat het eigendom over op diens kleinzoon Claes Vijgh tot Blankenburg. Als in 1521 Hendrik Vijgh tot Blankenburg de eigenaar is, wordt het kasteel bewoond door Roelof van Ewijck die later schout van Nijmegen wordt. In 1591 werd Otto van Wijhe van Echteld door zijn huwelijk met een dochter van Hendrik Vijgh heer van Blankenburg. Een stamleen uit 1597 zorgde ervoor dat het slot tot 1774 in handen van de familie van Wijhe bleef. In dat laatste jaar werd het slot - in vervallen toestand - aan de minder aanzienlijke familie Vermeulen verkocht.
Het slot den Blanckenburgh heeft slechts een betrekkelijk korte glorietijd gekend. Op een tekening uit 1740 blijkt het reeds in een vervallen toestand te verkeren. Na diverse provisorische verbouwingen wordt het uiteindelijk in 1863 met de grond gelijk gemaakt. In datzelfde jaar werd de eerste steen gelegd van de flinke boerderij die ook heden ten dagen de naam van dit adellijk huis nog levendig houdt.